Woord vooraf
Het gevaar van ouder worden is dat je terug gaat denken aan ‘goede’ oude tijden. Toen ik in de eerste helft van de jaren negentig een videocursus gaf aan studenten van De Vrije Universiteit in Amsterdam, was het maken van een film iets voor echte doorzetters. Bruikbare camera’s waren dungezaaid. Zelfs de simpelste VHS montageset was voor een gemiddelde amateur onbetaalbaar, waardoor je die per uur moest huren. Het monteren op zo’n set vergde geduld en incasseringsvermogen. De beeldkwaliteit was niet om over naar huis te schrijven. Je deed het ermee. Tenslotte kan ook een film met matig beeld en geluid een meesterwerk zijn. En dat waren onze films.
Je kunt er romantisch over doen. Ik vergeet die tijd liever. Ik ben blij dat menig mobiele telefoon al een betere beeldkwaliteit levert dan de dure VHS camera van toen. En er mag dan veel – heel veel – veranderd zijn in vijftien jaar, maar het ambacht van de filmmaker vergt nog steeds evenveel talent, doorzettingsvermogen, eigenwijsheid, ervaring, kennis, en mensen. Dit boek wil iedereen die een passie voor films heeft, op weg helpen om er zelf een te maken. Niet door wetenschappelijke verhandelingen over wat film nu eigenlijk is. Niet door van elk knopje op de camera uit te leggen wat het doet en uitgebreid de voor- en nadelen van elk HD formaat te bespreken. Maar door uit te leggen hoe je met een camera, een microfoon, een aantal acteurs en een montagecomputer een verhaal kunt vertellen. Waar zet je de camera neer als je wilt dat het publiek zich meer betrokken voelt? Hoe bouw je met geluid of licht een bepaalde sfeer op? Hoe creëer je een eigen filmstijl? Hoe bouw je samen met een acteur een rol op? Honderden van dergelijke vragen worden in dit boek beantwoord. Uit de videocursus van toen is uiteindelijk dit boek voortgekomen. Het bescheiden succes van dit boek – meer dan 20.000 exemplaren verkocht – is mede te danken aan het feit dat dit boek niet uitgaat van de ervaring van de auteur, maar van die van een lerende filmmaker. Het maken van een film begint bij het schrijven van een scenario; maar een filmmaker begint met het ontdekken van de mogelijkheden van een camera. Pas als je weet hoe je goeie shots kunt maken en wat die shots vertellen, ga je ze achter elkaar plakken en kijken wat dat oplevert. En wat doet het geluid en het licht daarbij? Pas als je dat allemaal weet, ben je klaar om die kennis te bundelen en met het echt inhoudelijke werk te beginnen: scenario en regie. Voor degene die vóór de camera moeten staan heb ik ook mijn ervaringen als acteur gebundeld in een apart hoofdstuk. Om al het geleerde ook daadwerkelijk in de praktijk te kunnen brengen zijn er vervolgens hoofdstukken over productie en opnameleiding. Dan volgt de laatste fase van het film maken: de montage. Als toetje zijn er een hoofdstuk over de verschillende speelfilmgenres en diverse appendices. Als after-dinner mint is aan dit boek verder de website www.filmmaken.nl verbonden, waarop onder andere leestips en links zijn te vinden voor verdere studie en voor hulp bij het opzetten van een productie. Net zoals elke goede film een grote 'met dank aan' sectie in de aftiteling heeft, mogen ook hier een boel namen niet ontbreken. Ik ben grote dank verschuldigd aan alle acteurs die poseerden voor de foto’s, Mieke de Jong, Martha Oortman Gerlings, Wijo Koek, Ben van Houter, Jef Nassenstein, Rozemarijn Stokkel, Tim Oliehoek, Lawrence Kelatow en Pim van Hoeve. Mieke voor het opzetten van de videocursus, lang geleden, die tot dit boek heeft geleid. Martha, Wijo, Ben en Jef voor hun waardevolle adviezen. Rozemarijn voor de coverfoto. Wijo, Tim en Lawrence voor de storyboards. En Pim… ach, voor zoveel. Proost, Pim.
|